Skip to the content

Articles

Dividenduitkering door Nederland terecht aangemerkt als ab-inkomen?

Een natuurlijk persoon die sinds 1990 niet meer in Nederland woonde, hield tot zijn overlijden alle aandelen in een holding. Deze holding hield indirect alle aandelen in verschillende vennootschappen die sinds 2010 in Luxemburg zijn gevestigd. Een van deze Luxemburgse vennootschappen, een in 2010 van Nederland naar Luxemburg verplaatste vennootschap (‘X BV’), houdt onder meer 51% van de aandelen in een Nederlandse holding. Deze holding is de moedervennootschap van een Nederlandse fiscale eenheid vennootschapsbelasting, die na verkoop van de belangrijkste actieve ondernemingen gedurende een aantal jaren in een afwikkelfase verkeert.

Uitfaseren van Nederlands pensioen in eigen beheer gehouden door inwoner van België

In onze nieuwsbrief van oktober 2017 informeerden wij u over de stand van zaken met betrekking tot de Belgische fiscale visie omtrent het uitfaseren van een Nederlands pensioen in eigen beheer gehouden door een inwoner van België. Op dat moment was officieel nog slechts bekend dat er voor het einde van het jaar een circulaire (beleidsbesluit) zou worden uitgebracht door het Belgische ministerie van Financiën. Wij signaleerden dat het wel eens zo zou kunnen zijn dat België slechts een vrijstelling met progressievoorbehoud geeft voor dat deel van de afkoopsom dat door Nederland effectief wordt belast. Op zichzelf is dit in lijn met het standpunt dat in een eerdere circulaire uit 2004 werd gepubliceerd.

Belgische Limosa-aangifte: nieuwe vermeldingen

Niet-Belgische werkgevers die tijdelijk een of meerdere werknemers detacheren of tewerkstellen in België zonder toepassing van Belgische sociale zekerheid, moeten de Belgische overheid daarvan op de hoogte brengen voor zij hun activiteiten beginnen.

Correctie op de btw-aftrek bij personeelsverstrekkingen, relatiegeschenken en giften

In de laatste btw-aangifte over 2017 worden veelal de correcties voor onder meer relatiegeschenken, horeca en privégebruik verwerkt. Omdat de laatste Nederlandse btw-aangifte gewoonlijk uiterlijk 31 januari 2018 moet worden ingediend, gaan wij hierna in op de zogenoemde BUA-correcties in Nederland. Daarnaast bespreken wij de onlangs in België verschenen aanschrijving voor het gratis verstrekken van handelsgeschenken en -monsters, reclameartikelen, geschenken en andere goederen.

Nieuwe informatieverplichting bij uitkering van dividenden door een Nederlandse vennootschap

In veel gevallen is bij uitkering van dividenden door een Nederlandse vennootschap de zogenoemde inhoudingsvrijstelling van toepassing. Dit geldt onder meer indien een Nederlandse dochtermaatschappij dividend uitkeert aan haar (= 5%) moedermaatschappij in België.

Nederlandse Hoge Raad wijst fiscale eenheid tussen Nederlandse zustermaatschappijen met een gezamenlijke niet-EU-moedervennootschap af

Dient te worden toegestaan dat twee of meer Nederlandse dochtermaatschappijen van een niet in de EU gevestigde moedermaatschappij worden gevoegd in een fiscale eenheid vennootschapsbelasting?

Gerechtshof Den Haag: Nederland moet pro-rata-aftrek van Spaanse hypotheekrente verlenen

De Hoge Raad oordeelde in lijn met het Europese Hof van Justitie (‘HvJ’) dat belanghebbende recht heeft op hypotheekrenteaftrek in Nederland naar rato van het in Nederland verworven inkomen, omdat de woonstaat Spanje geen rekening kan houden met zijn persoonlijke en gezinssituatie.

Nieuwe plaatsbepalingsregels in België voor transportdiensten

Recent heeft de Belgische wetgever de plaatsbepalingsregels voor goederenvervoersdiensten in een business-to-business (‘b2b’) -relatie gewijzigd. Voortaan worden goederenvervoersdiensten waarbij het hele vervoerstraject zich buiten de Gemeenschap afspeelt, geacht plaats te vinden buiten de Gemeenschap. De goederenvervoersdiensten die worden verricht voor een buiten de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige en waarbij het hele vervoerstraject zich afspeelt in België, worden geacht plaats te vinden in België.

Uitoefening recht op aftrek btw: het begrip “adres” vermeld op de factuur

In een recent arrest (HvJ, 15 november 2017, gevoegde zaken Rochus Geissel c. Finanzamt Neuss en Finanzamt Bergisch Gladbach c. Igor Butin, C-374/16 en C-375/16, zie www.monKEY.be) heeft het Europees Hof van Justitie (hierna ‘HJEU”) zich uitgesproken over de interpretatie van het begrip “adres” op facturen waarin een belastingplichtige zijn recht op aftrek van de btw kan uitoefenen (art. 168, sub a), 178, sub a) en 226, punt 5, van de Richtlijn 2006/112/EG, hierna “Btw-richtlijn”). Daarbij heeft het Hof geoordeeld dat een nationale wetgeving die de uitoefening van het recht op aftrek van de btw onderwerpt aan de voorwaarde dat de factuur het adres vermeldt van de plaats waar de opsteller ervan zijn handelsactiviteit uitoefent, strijdig is met de bepalingen van de Richtlijn.

L’exercice du droit à déduction en matière TVA – La notion d’« adresse » mentionnée dans la facture

Dans un récent arrêt (CJUE, 15 novembre 2017, affaires jointes Rochus Geissel c. Finanzamt Neuss et Finanzamt Bergisch Gladbach c. Igor Butin, C-374/16 et C-375/16, voir www.monKEY.be), la Cour de justice de l’Union européenne (ci-après, « CJUE ») s’est prononcée sur l’interprétation à donner à la notion d’« adresse » figurant dans les factures permettant à l’assujetti d’exercer son droit à déduction de la TVA (articles 168, sous a), 178, sous a) et 226, point 5, de la directive 2006/112/CE, ci-après, « Directive TVA »). À cet égard, la Cour a jugé contraire aux dispositions de la directive, une législation nationale qui subordonne l’exercice du droit à déduction de la TVA en amont à l’indication sur la facture de l’adresse du lieu où l’émetteur de celle-ci exerce son activité économique.