Skip to the content

Articles

België en Nederland bereiken overeenstemming over heffing over aanvullende pensioenen

De Nederlandse belastingdienst verraste eind vorig jaar vele Nederbelgen met een schriftelijke aankondiging inzake hun Nederlandse aanvullende pensioenen. In deze aankondiging stelde de Nederlandse belastingdienst dat hij, met ingang van 1 januari 2018, Nederlandse pensioenen niet langer zal vrijstellen van loonheffing indien deze op jaarlijkse basis meer dan € 25.000 bedragen. Hierdoor konden er situaties van dubbele belastingheffing ontstaan indien België over hetzelfde pensioen zou heffen. Inmiddels hebben Nederland en België na onderling overleg overeenstemming bereikt over een ‘oplossing’ voor deze problematiek.

Introductie van het multilateraal instrument (MLI)

Op 7 juni 2017 hebben de Nederlandse en Belgische ministers van Financiën, evenals vertegenwoordigers van bijna zeventig andere landen, in Parijs het multilateraal instrument (‘MLI’) ondertekend. Nadien heeft nog een aantal landen hun handtekening onder het MLI gezet, zodat het nu in totaal door 78 landen is ondertekend. Nog zes andere landen hebben hun intentie kenbaar gemaakt om dat te gaan doen. Het MLI is in het leven geroepen in het kader van het ‘anti-BEPS-project’ (BEPS: ‘Base Erosion and Profit Shifting’) en bevat bepaalde maatregelen om internationale belastingontwijking tegen te gaan. Het beoogt de doorwerking te regelen van een aantal maatregelen uit vier BEPS-rapporten op een snelle, gecoördineerde en consistente wijze in het netwerk van belastingverdragen, zonder dat daarvoor bilaterale onderhandelingen nodig zijn.

De Belgische ‘fairness tax’: kroniek van een aangekondigde dood

Nadat het Europese Hof van Justitie (‘HvJ’) zich op 17 mei 2017 uitsprak over de ‘fairness tax’, heeft nu ook het Belgisch Grondwettelijk Hof zich – op 1 maart 2018 – hierover uitgesproken. Het Grondwettelijk Hof heeft de oorspronkelijke bepalingen van de wet van 30 juli 2013 waarmee de fairness tax werd ingevoerd vernietigd, maar handhaaft wel de gevolgen van de wet voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2018 (boekjaren 2013 tot en met 2017), met uitzondering van de bepalingen die strijdig zijn met de Moeder-dochterrichtlijn.

Het Belgische minimumbezoldigingsvereiste: wat zijn de praktische gevolgen voor uw Belgisch-Nederlandse groepsstructuur?

In Nederland is de gebruikelijkloonregeling gemeengoed. In het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting in België werd per 1 januari 2018 met een ‘minimumbezoldigingsvereiste’ voor Belgische vennootschappen een soortgelijke maatregel geïntroduceerd. Hiermee wenst de Belgische fiscus het oprichten van vennootschappen louter om fiscale doeleinden te ontmoedigen. Er is immers gebleken dat winstgevende Belgische vennootschappen er vaak voor kiezen om hun directeur-grootaandeelhouder (‘dga’) hoofdzakelijk te vergoeden met dividenduitkeringen (niet aftrekbaar bij de vennootschap, belast met 30% roerende voorheffing en onderworpen aan vennootschapsbelasting) in plaats van het toekennen van een bezoldiging (aftrekbaar bij de vennootschap en progressief belast bij de dga). Het minimumbezoldigingsvereiste beoogt hier paal en perk aan te stellen. In dit verband rijst de vraag hoe dit vereiste in een internationale context dient te worden geïnterpreteerd. Moet een in België woonachtige dga die zijn bestuurderswerkzaamheden in Nederland verricht, zichzelf naast zijn Nederlandse loon tevens een Belgisch loon uitkeren (met gevolgen inzake inkomstenbelasting en sociale zekerheid)?

De Nederlandse staatssecretaris geeft nader inzicht in fiscale toekomstplannen

Na het regeerakkoord, waarover wij u in de oktobereditie van deze nieuwsbrief berichtten en waarin een schets wordt gegeven van de fiscale toekomstplannen van het kabinet, heeft nu de staatssecretaris van Financiën op 23 februari 2018 in een tweetal brieven de fiscale toekomstplannen van het kabinet nader toegelicht. Een van deze brieven is zijn Fiscale beleidsagenda en de andere is een uitwerking van het meest essentiële onderdeel daarvan: de aanpak van belastingontwijking en -ontduiking.

EU bereikt overeenstemming over melding en uitwisseling gegevens van ‘agressieve’ internationale fiscale structuren

Op 13 maart 2018 heeft de Europese Raad van Ministers politieke overeenstemming bereikt over de Mandatory Disclosure Rules Directive (‘MDR’). Op basis van deze richtlijn zullen potentieel ‘agressieve’ internationale fiscale structuren in de toekomst door intermediairs – of belastingplichtigen zelf – moeten worden gemeld aan de fiscale autoriteiten, zodat deze de ontvangen informatie kunnen uitwisselen met de autoriteiten in andere lidstaten. Met de invoering van deze nieuwe verplichtingen wordt beoogd agressieve grensoverschrijdende belastingconstructies (eerder) in beeld te krijgen, reeds voordat deze worden geïmplementeerd.

Beperking Belgische fiscale voordelen bij overbrenging fiscale woonplaats tijdens inkomstenjaar

Een belastingplichtige (natuurlijk persoon) die tijdens het inkomstenjaar zijn fiscale woonplaats van België naar Nederland overbrengt, verbreekt in België zijn fiscaal inwonerschap. Vanuit Belgisch perspectief houdt de binnenlandse belastingplicht (onderwerping aan de personenbelasting) op en de belastingplichtige zal een aangifte in de personenbelasting - aanslagjaar speciaal - moeten indienen. Deze aangifte in de personenbelasting omvat de inkomsten voor de periode van 1 januari van het desbetreffende inkomstenjaar tot en met de datum van overbrenging van de fiscale woonplaats naar Nederland.

Belgium - New position on applicable social security regime

There is an important change in the position taken by the Belgian social security authorities with regard to the qualification of activities in a cross-border context once Belgium is identified as the competent country on the basis of the social security coordination rules in EC Regulation 883/04. Where the Belgian authorities previously did not ‘requalify’ and kept the qualifi ...

CJEU decision in the Hornbach Baumarkt case on German transfer pricing adjustment provisions

On May 31, 2018, the Court of Justice of the European Union (CJEU) rendered its decision in the Hornbach Baumarkt case (C 328/16). The case deals with German legislation, according to which the income of a German taxpayer resulting from its business relationships with non-resident related companies is adjusted, as far as the relationships are not in line with the arm’s length principle, whereas such adjustment is not made in the case of business relationships between German related companies. In line with the Advocate General’s Opinion in the case at hand, the Court decided that the German rules in question are not, in principle, contrary to the freedom of establishment.