Skip to the content

Alleen btw-vrijstelling (vervoer)diensten bij rechtstreekse band met afzender of ontvanger

Situering

Atek SIA, een Letse vennootschap, krijgt de opdracht om goederen te vervoeren van de haven van Riga naar Wit-Rusland. Voor het vervoer doet Atek SIA beroep op L.C. IK. Om de goederen te kunnen vervoeren, huurt L. C. IK voertuigen van Atek SIA. L.C. IK staat in voor het besturen van de voertuigen, de reparaties, het bijtanken van brandstof, de douaneformaliteiten aan de grens, het bewaken van de goederen, de levering aan de ontvanger en de voor het laden en lossen van de goederen noodzakelijke activiteiten.

Ten aanzien van de afzenders van de goederen, handelt Atek SIA als vervoerder.

L.C. IK past op de door haar verrichte (vervoer)diensten aan Atek SIA het 0 %-tarief toe, omdat er volgens haar sprake is van diensten die verband houden met de uitvoer van goederen (conform artikel 146, lid 1, onder e) Btw-richtlijn 2006/112/EG). De Letse belastingdienst is het daar niet mee eens en onderwerpt de verrichte diensten aan btw.

De zaak komt uiteindelijk voor het Hof waarbij de vraag wordt gesteld of “de btw-vrijstelling van artikel 146, lid 1, onder e), van richtlijn van toepassing is op een handeling als in het hoofdgeding, namelijk een dienst bestaande in het vervoer van goederen naar een derde land, wanneer die dienst niet rechtstreeks voor de afzender of de ontvanger van die goederen wordt verricht.”

Uitspraak van het Hof

Artikel 146, lid 1, e) van richtlijn 2006/112 bepaalt dat de vervoerdiensten die verband houden met de invoer of uitvoer van goederen, vrijgesteld zijn van btw.

Volgens het Hof zou de toepassing van de btw-vrijstelling voor diensten die niet rechtstreeks voor de uitvoerder, de invoerder of de ontvanger van dergelijke goederen worden verricht, leiden tot verplichtingen die strijdig zouden zijn met de juiste en eenvoudige toepassing van de btw-vrijstellingen. Bovendien moeten btw-vrijstellingen strikt worden uitgelegd.

De btw-vrijstelling van art. 146, lid 1, e) Btw-richtlijn 2006/112/EG zou dus niet van toepassing zijn op de door L.C. IK verrichte (vervoer)dienst. Het Hof bevestigt dat de dienst die L.C. IK verricht wel verband houdt met het vervoer van goederen naar een derde land, maar dat L.C. IK deze dienst niet rechtstreeks voor de afzender of de ontvanger van die goederen verricht, maar wel voor Atek SIA.

Het Hof besluit dan ook dat de door L.C. IK verrichte diensten buiten de werkingssfeer van de in artikel 146, lid 1, e) Btw-richtlijn 2006/112/EG bedoelde btw-vrijstelling vallen, omdat ze niet rechtstreeks worden verricht voor de uitvoerder of de ontvanger van de goederen.

Aanpassing in Belgische interpretatie?

Krachtens artikel 41, § 1, 3° WBTW zijn de diensten die rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen vanuit België of vanuit een andere lidstaat buiten de Gemeenschap vrijgesteld van btw. Wat het vervoer betreft moet het vast staan dat:

  • de goederen op het ogenblik waarop het vervoer aanvangt, bestemd zijn om overgebracht te worden naar een plaats gelegen buiten de Gemeenschap. Het moet gaan om goederen die onder de douaneregeling voor uitvoer zijn geplaatst;
  • die goederen zich op het ogenblik waarop ze de buitengrens van de Gemeenschap overschrijden in dezelfde staat bevinden als op het ogenblik waarop het vervoer aanvangt.

Van zodra die twee voorwaarden zijn vervuld, geldt de btw-vrijstelling ongeacht aan wie de vervoersdienst worden verleend (de eigenaar van de goederen, koper, verkoper, maakloonwerker, enz.) en het aantal vervoerscontracten die met al of niet onderscheiden vervoerders worden gesloten (btw-handleiding nummer 298/2).

Het Hof geeft dus een minder ruime interpretatie aan het toepassingsgebied van de btw-vrijstelling en het is dan ook de vraag of de Belgische btw-administratie haar standpunt omtrent de toepassing van de btw-vrijstelling zal herzien.

 

 

Btw-Brief nr. 2017/07

Gladys Cristiaensen
en Geoffrey Gilis

 

About the author

Jos Goubert

Jos Goubert

Head of tax knowledge and research center at KPMG

Director of the tax knowledge and research center. Author of "De wet tot invoering van een belastingaftrek voor risicokapitaal" (Kluwer 2005) and other articles on the notional interest deduction and belgian and international taxation.

Member of the Fiscal Committee of the Confederation Fiscale Européenne
Vice Chair of the Direct Tax Subcommittee

Email: jgoubert@kpmg.com

 

 

Share this

Tags


Related articles