Skip to the content

Zelfstandige groeperingen van personen – Meer disruptief dan ooit?

Btw-spelregels van zelfstandige groeperingen van personen recent gewijzigd in België

De nieuwe wetsbepaling van de btw-vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van personen, de zogenaamde kostendelende vereniging, is in werking getreden op 1 juli 2016. De nieuwe spelregels en de draagwijdte van deze btw-vrijstelling worden verder toegelicht in de administratieve circulaire nr. 31/2016 van 12 december 2016 (gepubliceerd 22 december 2016). Tal van bestaande zelfstandige groeperingen hebben zich bijgevolg vanaf begin 2017 aan deze nieuwe regels aangepast. De huidige Belgische btw-regelgeving komt opnieuw op de helling te staan ten gevolge van recente arresten van het Hof van Justitie gewezen in de zaken Aviva (C-605/15), DNB Banka (C-326/15) en Commissie tegen Duitsland.

Discussie op Europees niveau

Met enige spanning werd uitgekeken naar deze arresten van het Hof. In een periode van een maand werden er in deze zaken immers tegenstrijdige conclusies genomen door de advocaten generaal Kokott (zaken DNB Banka en Aviva) en Wathelet (zaak Commissie tegen Duitsland). Advocaat Generaal Kokott was van mening dat de btw-vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van personen niet kan worden toegepast voor financiële diensten en verzekeringen, noch uitwerking vindt in een internationale context. Advocaat Generaal Wathelet daarentegen ziet geen reden om de toepassing van deze btw-vrijstelling te beperken tot bepaalde sectoren, zoals in Duitsland, waar deze btw- vrijstelling enkel kan worden toegepast voor de medische sector.

Het Hof heeft beslist: Geen zelfstandige groeperingen voor banken en verzekeringsmaatschappijen

Het Hof heeft een beslissing genomen op grond van de structuur van de Btw-Richtlijn. Ze stelt vast dat de vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van personen opgenomen is in artikel 132, 1(f) onder de titel “Vrijstellingen voor bepaalde activiteiten van algemeen belang”. De btw-vrijstelling voor financiële diensten en verzekeringen daarentegen vindt men terug in artikel 135 onder de titel “Vrijstellingen ten gunste van andere activiteiten”. Volgens het Hof speelt de btw-vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van personen niet voor andere activiteiten die kunnen genieten van een eigen btw-vrijstelling. In tegenstelling tot de medische sector en de non profit sector, zullen financiële instellingen en verzekeringsmaatschappijen zich niet langer kunnen beroepen op de btw-vrijstelling voor zelfstandige groeperingen.

Wat met bestaande zelfstandige groeperingen in België?

Deze interpretatie van het Hof was enigszins onverwacht. Eerdere rechtspraak van het Hof kon Lidstaten en btw-belastingplichtigen nochtans in een andere richting doen bewegen (zaak Taksatorringen, C-8/01 betreffende een zelfstandige groepering in de verzekeringssector). Het Hof heeft nu uitdrukkelijk de gevolgen en de interpretatie van haar arrest beperkt, wat op zich al vrij zeldzaam is. Het Hof brengt in herinnering dat Lidstaten de Btw-Richtlijn niet kunnen inroepen tegen belastingplichtigen wanneer hun huidige btw-regelgeving een zelfstandige groepering voor deze belastingplichtigen toelaat. Het rechtszekerheidsbeginsel primeert dus op de interpretatie van het huidige arrest, evenwel enkel voor reeds afgesloten fiscale periodes.


Afwachten dus of België haar huidige regelgeving in deze materie zal aanpassen…. De financiële sector en de verzekeringsmaatschappijen kunnen al maar beter op zoek gaan naar een oplossing teneinde de btw-kost die dit arrest met zich meebrengt nog enigszins te verzachten. KPMG kan u in deze zoektocht alvast begeleiden en bekijken of bepaalde alternatieven soelaas kunnen bieden.

 

Share this

Tags


Related articles