Skip to the content

Vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid uitgebreid tot de bouwsector

Ingevolge de wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de versterking van de sociale cohesie (BS 30 maar 2018), werd de reeds bestaande vrijstelling voor ploegenarbeid vanaf 1 januari 2018 uitgebreid naar de bouwsector. Ondernemingen die in de bouwsector werkzaam zijn en die werknemers in ploegen tewerkstellen kunnen bijgevolg genieten van een vrijstelling van de doorstorting van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing op de door hen betaalde of toegekende bezoldigingen of premies door de verruiming van de definitie “ploegenarbeid”. Dit gedeelte dient aldus niet meer doorgestort te worden aan de Belgische Schatkist maar mag de onderneming voor zichzelf behouden. Naast ondernemingen die in de bouwsector werkzaam zijn, geldt deze maatregel ook voor uitzendbedrijven die uitzendkrachten ter beschikking stellen/tewerkstellen in deze ondernemingen.

De Belgische regering beoogt d.m.v. deze wijzigingen de werkzaamheidsgraad binnen de bouwsector te bevorderen, de loonkost te verlagen, alsook indirecte sociale fraude en sociale dumping te bestrijden.

Twee circulaires van respectievelijk 11 en 15 juni 2018 hebben hieromtrent recent meer duidelijkheid verschaft.

Wie komt in aanmerking?

Ondernemingen in de bouwsector (d.w.z. iedere onderneming die zich bezighoudt met “werk in onroerende staat” in de zin van de BTW-wetgeving) waar werknemers in ploegverband werken in onroerende staat verrichten komen in aanmerking voor deze maatregel. Dit betreft meer bepaald ondernemingen waar “ploegenarbeid” wordt verricht in één of meerdere ploegen die minstens twee personen omvatten en waarbij deze ploegen op locatie (d.w.z. op werven) hetzelfde of complementair werk in onroerende staat verrichten en dit zowel qua inhoud als qua omvang. We merken hierbij op dat “werk in onroerende staat” in ruime zin begrepen dient te worden en bijgevolg niet alleen het bouwen, verbouwen, afwerken, inrichten, herstellen, onderhouden, reinigen en afbreken, geheel of gedeeltelijk, van een uit zijn aard onroerend goed omvat maar ook betrekking heeft op het leveren van een roerend goed en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard.

Werknemers die werk in onroerende staat verrichtingen in een atelier of administratief personeel komen niet in aanmerking voor deze maatregel.

De werkgever moet daarnaast een belastbare ploegenpremie betalen of toekennen aan zijn werknemers, schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing zijn op de ploegenpremie en moet de volledige bedrijfsvoorheffing op de betrokken bezoldigingen en ploegenpremies inhouden.

Belangrijk in dit verband is tevens dat de vrijstelling pas kan toegepast worden als het brutoloon van de werknemer ten minste 13,75 euro per uur bedraagt (17,42 euro - geïndexeerd bedrag voor 2018). 

Opklimmende hoogte van de vrijstelling

Alhoewel de definitie van ploegenarbeid wordt verruimd, wordt het vrijstellingspercentage met ingang van 1 januari 2018 drastisch verlaagd naar 3% (in vergelijking met het algemene vrijstellingspercentage van 22,8%), gevolgd door een graduele stijging voor bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 januari 2019 (6%) en 1 januari 2020 (18%).

Een belangrijke nieuwigheid hierbij is dat de wijze waarop deze vrijstelling wordt berekend, werd aangepast voor de industriële sector als voor de bouwsector. De vrijstelling wordt voortaan niet meer berekend op het niveau van de individuele werknemer, maar wel per groep van werknemers die in aanmerking komen voor deze vrijstelling (“collectieve berekeningsmethode”) waarbij het vrijstellingspercentage bijgevolg toegepast wordt op ‘het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de werknemers op wie deze vrijstelling van toepassing is’.

Praktisch

De vrijstelling is niet van toepassing op premies, andere dan de ploegenpremie, het vakantiegeld, de eindejaarspremie en achterstallige bezoldigingen en kan niet gecumuleerd worden met de reeds bestaande vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing bij nacht- en ploegenarbeid.

Deze nieuwe maatregel is van toepassing op bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 januari 2018. Er dient een bijzondere aangifte gedaan te worden in de bedrijfsvoorheffing via het sociaal secretariaat van de desbetreffende onderneming.

Connect with us


Thomas Zwaenepoel
Partner

Corporate Tax
Brussels

Share this

Tags


Related articles